|
De historie van Nijkerk Hieronder vindt u een spreekbeurt/werkstuk over de geschiedenis van Nijkerk. Deze spreekbeurt is gemaakt door Niels Schipper uit groep 6 van de Ichthusschool. Voorwoord Ik houd mijn spreekbeurt over de geschiedenis van Nijkerk omdat ik het een leuk en interessant onderwerp vind, en ik wil er graag meer over weten. Inhoud 1. Hoe is Nijkerk ontstaan 2. Oude monumenten. 3. Beroepen. 4. Kleding. 5. De wapens van Nijkerk. 6. Nawoord. 1. Hoe is Nijkerk ontstaan? Evangelie prediker Ludger liet op een plaats waar eerst heidense offers werden gebracht een kerk bouwen. Rond 1222 was er een grote veenbrand geweest en die kerk brandde ook af. De boeren van de plaatsen uit de buurt: Slichtenhorst, Holk, Achterhoek, Ark en Wullenhoven beloofden om een nieuwe kerk te bouwen en daar werden huisjes omheen gebouwd, nij betekend nieuw en het werd een kerk zo komen ze aan de plaats en de naam Nijkerk. 
In 1412 is Nijkerk verwoest in een oorlog tussen de Hertog van Gelderland en de Bisschop van Utrecht. Als schadevergoeding krijgt Nijkerk op 27 maart 1413 stadsrechten van de Hertog van Gelderland. Om Nijkerk lag een gracht en drie poorten die toegang geven tot Nijkerk. Voor muren hadden ze geen geld en daarom hebben ze er dijken omheen gelegd. In 1427 word als bescherming van Nijkerk slot Hulckestijn gebouwd. Nu staat slot Hulckestijn er niet meer, maar het strand heet nog steeds strand Hulckestijn. Dus het slot heeft daar in de buurt gestaan. 2. Oude monumenten Eén monument daarvan is Boerderij Corlear. Boerderij Corlear staat dicht bij tankstation Scheuler. De boerderij is gebouwd in 1588. De eerste eigenaar was Gosen van Curler het bleef van hem tot 1679. Na zijn dood kregen zijn zoons Jacob en Arend van Curler het. Maar Jacob ging weg van de boerderij. Later ging ook Arend weg, en vertrok naar Amerika. Toen zijn er andere mensen in de boerderij komen wonen. Het Van Deelenhuis is ook een monument. Dit huis staat aan de Langestraat. Het komt aan de naam door de eerste eigenaar, Jonker Jacob Johan van Deelen. Het is gebouwd in 1707. Boven de ingang zie je het wapen van de Van Deelens en de Bronckhorsten. De Bronckhorsten zijn grootouders van Jonker Jacob Johan van Deelen. De deur is heel mooi gemaakt door het houtsnijwerk wat er op is, het smeedwerk en de mooie dakranden. Achter het huis staat een koetshuis,hieraan kun je ook zien dat er erg rijke mensen gewoond hebben. Het weeshuis hoort ook bij één van de monumenten van Nijkerk. Het word ook wel Meilust genoemd. Dit gebouw kun je aan de Vetkamp vinden. Het is 146 jaar oud, meneer Hennekeler en zijn vrouw hebben er €1815,- aan besteed. In 1972 werd het gesloten en dus niet meer als weeshuis gebruikt. Nu is het een centrum voor kinderen die moeilijk kunnen leren. Rechts van de voordeur is een steen daar staan de namen van de bestuurders van Nijkerk uit 1860 en aan de linkerkant de namen van de mensen die het hebben gebouwd.
De Grote Kerk hoort ook bij de monumenten. De kerk kun je aan de Torenstraat vinden. Na de stadsbrand van 1540 is het weer herbouwd. De toren is 60 meter hoog. Met alles er bij koste het ruim €24000,-. In de toren hangen 51 klokken. De zwaarste klokken werden in 1776 met behulp van de boeren uit de buurt omhoog gehesen. Er waren 16 paarden nodig om één klok omhoog te krijgen. De boeren wilden echt geen geld voor hun hulp, maar bedachten een andere beloning: nog altijd horen we op maandagmorgen van 10.00 tot 11.00 uur de zogenaamde ”boerendeun” (vroeger werd er op maandagmorgen veemarkt gehouden). De klokken luiden ook om 21.00 uur dat was de papklok het teken dat ze pap moesten eten en dan naar bed. Het waaggebouw. Dit gebouw kun je zien bij het plein in de stad. Nijkerk had in 1700-1800 al een waaggebouw, het was om tabak te wegen. Het waaggebouw dat er nu is, komt uit ongeveer de jaren 1900-2000. Dit waaggebouw werd gebruikt om vee te wegen. In de jaren 1800-1900 werd er veel verdiend €1600,- per jaar. Voor die tijd een groot bedrag! Dat was een goeie aanvulling voor de stadskas (geld van de gemeente). Van dat geld werd De Grote Kerk gebouwd. 3. Beroepen Nijkerk is rijk geworden door de tabak. Al in 1636 waren mensen in Nijkerk begonnen tabak te planten. Ze plukten de bladeren van de tabaksplant, die werden aan lange stokken geregen. Dan werden ze te drogen gehangen in de tabaksschuur (in Nijkerk staat nog één tabaksschuur bij het spoor). Veel tabak werd vervoerd naar Amsterdam en Duitsland. De tabak die in Nijkerk verbouwd werd rook lekker en was goed van smaak. Dit kwam doordat de grond in Nijkerk heel goed was voor het verbouwen van tabak.  Er was ook een glasfabriek die heette Padang. De oprichters waren Nicolaas Kroon en Jan Bast. Deze fabriek was er rond 1750 al, toen werkten er veel mensen uit Nijkerk. Begin 1800 werd hij verkocht en was er geen glasfabriek meer in Nijkerk. Vroeger waren er ook veldwachters. Zo noemden ze vroeger de politie. In die tijd haalden de jongeren ook al kattenkwaad uit. De gaslantaarns die langs de straat stonden, waren het mikpunt. Ze probeerden om de lantaarns uit te doen zonder dat de veldwachter het zag. Boeren zijn er ook al heel erg lang in en om Nijkerk. Vooral boeren met koeien kwamen toen veel voor. Vroeger had de boer ook vaak een knecht, dat was iemand die de boer hielp met het werk omdat toen alles met paard en wagen of met de hand moest worden gedaan. Ook de boerin had vaak een hulp in huis, dat noemde ze de meid. Zij moest met alles helpen, want de gezinnen waren vaak groot en dan was er veel te doen. Zo werd er ook op die manier weer voor werk gezorgd. 4. Kleding Tegenwoordig draagt iedereen kleren die hij of zij mooi vindt of kleding die in de mode is. Vroeger was dat niet zo, toen droegen de mensen allemaal dezelfde kleren. Dat noemde ze klederdracht. De vrouwen droegen lange zwarte jurken met een witte schort ervoor. Op hun hoofd droegen ze een mooie witte muts en als ze in de rouw waren droegen ze er een zwart ondermutsje onder. Veel mannen droegen zwarte pakken. De boeren die droegen dat niet, die droegen een broek met daarop een kiel(blouse) en daarover vaak nog een jasje. Op hun hoofd droegen ze een platte pet en houten klompen aan hun voeten. De kinderen zagen er ook vaak hetzelfde uit. De jongens droegen donkere pakken met een broek tot aan hun knieën, daaronder droegen ze lange donkere kousen. De meisjes droegen lange jurken met soms daar overheen een schort. Hun haren waren lang en droegen ze vaak met een grote strik er in.
5. De wapens van Nijkerk Nijkerk heeft een oud en een nieuw wapen. Nijkerk heeft in 2000 het nieuwe wapen gekregen omdat toen Nijkerk en Hoevelaken samen zijn gegaan tot één gemeente. Het oude wapen hing in de raadzaal en nu hangt de nieuwe daar. Het oude wapen bestaat uit een blauwe achtergrond met daarop een gele leeuw met in de rechter klauw een zwaard. In het echt is de leeuw goudkleurig. Op het blauwe stuk staat een gouden kroon met vijf bladeren met vier parels. Onder het blauwe stuk hangt een doek met DE STAD NIJKERK erop. Verder is het nog versierd met allerlei sierlijke krullen. Het nieuwe wapen ziet er wat moderner uit. Het heeft een blauw met grijze achtergrond, aan de linkerkant blauw en aan de rechter kant grijs. Op het blauwe stuk is een gekroonde leeuw met een gele kleur met een zwaard in de rechterhand. Bovenaan op het grijze stuk zijn zes rode lelies, onder de lelies is een rood vierkantje met een goud kruis erin. Onderaan het grijze stuk staan drie rode zuilen. Op het blauwe en grijze stuk is een gouden kroon met vijf bladen. Het linkse stuk is van het oude wapen van Nijkerk en het rechtse stuk is van het wapen van Hoevelaken. 6. Nawoord Dit was mijn spreekbeurt ik heb er veel van geleerd en jullie denk ik ook, zijn er nog vragen? 
|